Laurens Snoek: ,,Jongeren zoeken naar mensen die geloofwaardig en betrouwbaar zijn.
Laurens Snoek: ,,Jongeren zoeken naar mensen die geloofwaardig en betrouwbaar zijn. Haije Bergstra

Opleider godsdienst docenten Laurens Snoek: ´Jongeren willen weten wie ze zijn´

7 maart 2018 om 09:15 lokaal

RENSWOUDE ,,Halverwege mijn studie Theologie ben ik begonnen in het onderwijs´´, zegt Laurens Snoek. Hij heeft godsdienst gedoceerd aan het Van Lodenstein College in Hoevelaken en Amersfoort. Nu is hij ruim twee jaar opleider van docenten Godsdienst en Levensbeschouwing aan de Christelijke Hogeschool Ede. Sinds kort woont hij met zijn gezin in Renswoude.

Wanneer u uzelf zou omschrijven, wat zou u dan zeggen? (Het is een lange tijd stil. Hij overdenkt zijn woorden.)

,,Een mooie en ook lastige vraag. Een vraag die ik ook graag aan mijn studenten stel. Als het gaat om hoe ik in mijn werk sta, dan zeg ik: ik ben een enthousiaste godsdienstleraar. Daarin zitten drie elementen die mijn leven hebben gestempeld: ik vind het heerlijk om met jongeren te werken, ik ben het godsdienstonderwijs ingegaan, omdat ik mij van jongs af aan heb geïnteresseerd voor theologie en mijn karakter bepaalt dat ik in veel gevallen enthousiast overkom. Ik kan, geloof ik, mensen meenemen en inspireren.´´

Dat zullen mensen om u heen ook van u zeggen?
,,Het enthousiasme zeker, maar ik denk dat ze ook zeggen dat ik iets uitdagends in mij heb. Dat is wat mij typeert. Ik houd er niet zo van om de massa te volgen, omdat ik massaverschijnselen wantrouw. Dat is niet eens altijd een keuze, want er zijn maar weinig dingen waar wij als mensen echt voor kiezen. Ik kies er niet voor om enthousiast te zijn of een hekel te hebben aan de massa. Dat zit in je genen, dat heb je in je levensgeschiedenis meegekregen door de mensen die bepalend zijn geweest. Dat ik wars ben van wat de massa vindt, komt bij mijn grootvader vandaan. Hij kon nogal eens scherp en prikkelend uit de hoek komen. Ik heb gemerkt dat het kunnen prikkelen van mensen in het onderwijs, met name aan jongeren, als een kwaliteit kan worden beschouwd.´´

Wat is uw achtergrond?
,,Ik heb een praatgrage moeder en een zwijgzame vader. Ik kom van oorsprong uit de Oud Gereformeerde Gemeente in Ermelo. Sinds ons trouwen woonden we in Zeist en waren we lid van de Gereformeerde Gemeente aldaar. Toen we in Renswoude kwamen wonen, hebben we ons aangesloten bij de Christelijk Gereformeerde Kerk. We hechten er belang aan te kerken in de gemeenschap waarin we wonen.´´

U bent gefascineerd door jongeren en theologie. U bent docent geweest aan het Van Lodenstein College. Waarom hebt u de stap genomen naar het vak docentenopleider?
,,De reden zit ´m in de onderwijssoort waarin ik twintig jaar heb lesgegeven. Dat is het reguliere voortgezet onderwijs. Ik heb er met veel plezier gewerkt en ben er weggegaan met een gevoel van spijt, omdat ik veel jongeren en prettige collega´s achterliet. Maar de onderwijssoort benauwde me. Alles staat vast. Er is een vast rooster, een vaste agenda, vaste tijden en taken. Vaste elementen in het vak dat je geeft. In de loop van de tijd is er een soort onbehagen gegroeid dat we door deze vaste factoren minder recht doen aan jongeren zelf. Ik vroeg me de laatste jaren af: ´Hoeveel van mijn leerlingen bereik ik in werkelijkheid? Dien ik mijn leerlingen door deze manier van onderwijs? ´. Ik vond dat ik meer op de verschillen en de individuele leerbehoeften van leerlingen moest kunnen ingaan. Vanwege het onbehagen ben ik om mij heen gaan kijken. Deze baan kwam op mijn pad. Het profiel paste helemaal en ik ben aangenomen.´´


U schrijft boeken. Een aantal boeken voor jongeren heeft een vraag in de titel. Met welke vragen lopen jongeren rond en welke antwoorden geeft u?
,,De boekjes ´Waarom zou ik geloven, bidden, bijbellezen?´ zijn geschreven voor jongeren van 12 tot 14 jaar. Aan deze groep heb ik jarenlang lesgegeven. Ik ken hen vanuit de gesprekken tijdens de godsdienstlessen. Waar jongeren nu precies mee rondlopen, is voor mij een lastige vraag geworden. In de begintijd dat ik godsdienst gaf, probeerde ik mijn eigen geloofsovertuiging op een zo enthousiast mogelijke en duidelijke manier over te dragen aan deze groep. In veel gevallen ging mijn betoog feitelijk over de hoofden van de jongeren heen, want niet iedereen is gelijk. Ieder van hen is juist verschillend. Ook op een school met jongeren die een reformatorische, homogene achtergrond hebben. Interesses zijn bij elk van hen anders en dat geldt ook voor hun godsdienstige belangstelling.´´

Het antwoord dat u geeft, hangt niet alleen af van de kerkelijke achtergrond?
,,Nee, en dat heeft ermee te maken dat mijn communicatie met deze klassen veranderde en het karakter kreeg van: ´Ik ben benieuwd naar wat jullie denken. Waar zitten jullie? Wat zijn de vragen waarop je een antwoord wilt? ´. Je komt in zon jongerengroep een aantal typisch kerkelijke vragen tegen, zoals ze altijd in preken aan de orde worden gesteld. Die vragen hebben op reformatorische scholen vaak te maken met heilstoeëigening en verkiezing: Hoe krijg ik geloof? en Is het wel voor mij?. Mij is opgevallen dat die vragen voor op de tong van veel jongeren liggen, omdat dat bij wijze van spreken de voorgeprogrammeerde vragen zijn die ze zouden moeten stellen. Er zijn zeker jongeren die hiermee rondlopen. De meesten komen daar ook wel mee. Maar het gros van de jongeren loopt hier niet in de eerste plaats mee rond, want hun werkelijke vragen zitten daarachter. In het geval van 13- en 14-jarigen zijn dat niet eens vragen, maar eerder vermoedens, gevoelens of nieuwsgierigheid. Ze vragen zich eerder af: ´Zou God echt bestaan? Ben ik iemand die gelooft? ´.´´

Hoe komt u achter de werkelijke vragen die spelen?
,,Mij heeft het geholpen om me te verdiepen in de psychologische ontwikkeling van jongeren. Wat gebeurt er psychologisch, mentaal en lichamelijk met jongeren in deze leeftijdsfase? Dan kom je erachter dat de vragen die ze kunnen stellen en die levensbeschouwelijk van aard zijn, vooral voortkomen uit hun ontwikkelingsfase en uit de mate waarin ze zich bewust zijn van zichzelf en uit de zorgen waarmee ze geconfronteerd worden. Het zijn de bestaanservaringen die hen bewust kunnen maken van het belang van het religieuze. Een vraag als bestaat God? kan op een gelovige als een schokkende vraag overkomen, terwijl een jongen van 13 deze kan stellen zonder dat hij behoefte heeft aan een antwoord, omdat hij zo druk bezig is met zichzelf. Hij kan zich onaangedaan afvragen: ´Zijn de dingen die buiten mijzelf staan er wel? Waarom zou ik die van belang moeten vinden? ´. Daarom zijn de vragen van de boekjes heel basaal: ´Waarom zou ik bidden of waarom zou ik bijbellezen? Waar dient dat toe? Ik ben druk met mijn leven en bidden of bijbellezen staat ver van mijn af ´. Als ik in een gemiddelde tweede klas zou vragen: wat denken jullie, bestaat God?, dan is er een enkeling bij wie deze vraag iets raakt en die erover nadenkt om een antwoord te zoeken. Maar een groot deel van de klas haalt als het ware de schouders op en denkt: ´Fijn dat u erover wilt praten en wij geven zo nu en dan een antwoord en dan gaan we naar de volgende les ´.´´

Is het dan zinvol om deze vragen te stellen?
,,Nee, behalve als ik ze kan verbinden met de dingen waar ze wel mee bezig zijn. Ze zoeken naar bevestiging en houvast. Maar wat dat houvast inhoudt, weten ze zelf niet. Daarom is het van belang dat volwassenen, die wel weten waar je bevestiging en houvast kunt vinden, aan jongeren leren om hun ontwikkelingspsychologische vragen te verbinden aan vragen waar ze zelf niet direct mee komen. Het is heel moeilijk om jongeren van 12 of 13 jaar te laten nadenken over heilstoeëigeningsvragen. Je moet heel wat bruggen slaan, voordat ze die kunnen verbinden met hun eigen leven. In de praktijk ben ik door het houden van betoogjes, gespreksvormen en door vragen te stellen, bezig geweest hen uit te lokken: ´Waar zit je nu? Wat raakt je? ´. In de loop van de jaren ben ik allerlei levensthema´s tegengekomen die hen bezighouden. Die zijn overigens lang niet altijd geformuleerd als een vraag. Wij denken dat ze met vragen rondlopen, maar dat is lang niet altijd zo. Vaak is het een serie ervaringen die bij jongeren interne botsingen oplevert. Ze vragen zich af hoe ze die veelheid aan ervaringen kunnen combineren en hoe ze hun weg daarin kunnen vinden. Ze denken eerder: ´hoe zit dit? of hoe moet ik dit allemaal handelen? dan: wat betekent God voor mij? of wat leert de kerk hierover?´. Maar in de richting van die geloofsmatige vragen moeten volwassenen hen wel leiden.´´

Hoe kan een docent of volwassene in het algemeen daarop reageren?
,,Jongeren vinden ouderen ongeloofwaardig als ze geen positie in kunnen of durven nemen. Ze verwachten van volwassen geworden christenen dat ze weten waar ze staan. Eén van de belangrijkste punten is dat veel opvoeders, ik incluis, ernaar zoeken hoe we een vruchtbare positie in kunnen nemen ten opzichte van jongeren en hen leiding kunnen geven. Er zijn veel jongeren die opgroeien zonder stabiele ouderen. Ouderen aan wie ze zich kunnen spiegelen, die een overtuiging hebben en die niet alles maar consumeren.´´

Wil dat zeggen dat ouderen jongeren zouden moeten leren hoe ze op zaken moeten reageren?
,,Jazeker! Jongeren, zeker van 16 jaar en ouder, vragen zich af: ´Wat voor iemand wil ik zijn? ´. Eén van de vragen die mij heeft geholpen om met jongeren diepgaand in gesprek te komen en godsdienstig aan te sluiten bij hun eigen beleving, is die vraag: ´Wat voor iemand wil je zijn? ´. Dat is een vraag die jongeren, ook oudere jongeren, maar gedeeltelijk kunnen beantwoorden. In de gesprekken met groepen jongeren naar aanleiding van deze vraag, komt altijd dit naar boven: ´Ik wil iemand worden op wie een ander aan kan ´. Het gaat hen dus om geloofwaardigheid en betrouwbaarheid. Dat is waar jongeren naar zoeken en waar ouderen hen in kunnen voorgaan.´´

Mail de redactie
Meld een correctie

Deel dit artikel via:
advertentie
advertentie