
Dodenherdenking Woudenberg: ‘Aan ons om de geschiedenis door te geven’
5 mei 2026 om 08:00 HerdenkingenGeachte inwoners,
Wij staan samen stil bij de slachtoffers van de Tweede Wereldoorlog en van oorlogssituaties en vredesoperaties daarna. Om 20.00 uur is het in heel Nederland twee minuten stil.
Oorlog laat een diepe kloof achter in het vertrouwen tussen mensen. Militairen die werden uitgezonden, maar nooit meer thuiskwamen. Slachtoffers van onderdrukking, geweld of terreur. En mannen en vrouwen die het aandurfden zich te verzetten tegen onrecht, vaak met gevaar voor hun eigen leven.
Ook in ons dorp kwamen inwoners oog in oog te staan met mensonterende gebeurtenissen. Antisemitisme, verraad en willekeurige vrijheidsontneming waren ook een Woudenbergse realiteit.
We kijken - terecht - naar de slachtoffers. Maar een eerlijk gesprek over het verleden vraagt ook dat we naar het daderschap kijken. Niet uit wraak, maar om het zichtbaar te maken en er lering uit te trekken. Zonder daders zijn er immers geen slachtoffers.
Waar de één vol moed en verzet zat, maakte de ander misbruik van zijn positie en verzaakte zijn plicht naar inwoners. Met ingrijpende gevolgen voor onze gemeenschap.
Daarmee doel ik op mijn ambtsvoorganger, burgemeester De Monyé, die van 1943 tot de bevrijding in 1945 burgemeester van Maarn, Renswoude en Woudenberg was. In alle dorpen heeft hij leed berokkend en is hij hiermee - samen met zijn lijfwachten Ter Mors en Bos - een schandvlek in onze lokale historie. Vanavond richt ik mij specifiek op zijn handelen als burgemeester van Woudenberg.
Als burgemeester draag je verantwoordelijkheid, ook voor wat er in het verleden is gebeurd en aan het ambt kleeft. Het is tijd om dit onder ogen te zien.
Samen met Johan de Kruijff van Stichting Oud Woudenberg heb ik het oorlogsarchief in Den Haag bezocht. De vele getuigenverklaringen hebben een ontluisterend beeld opgeleverd van hoe burgemeester De Monyé te werk ging en hoeveel leed hij heeft berokkend.
Inwoners voelden zich overgeleverd, omdat juist degene die voor hen moest staan, koos voor de bevelen van de bezetter. De angst die onze inwoners en hun families hebben ervaren en de voortdurende onzekerheid die hen trof, is afschrikwekkend.
De ambtsketen die ik nu draag, heeft ooit ook om zijn schouders gehangen. Dat voelt ongemakkelijk
Burgemeester De Monyé heeft meerdere Woudenbergers verraden. Te weten B. Bart, G.F. Buhrman en Theo en Wim Heine. Theo en Wim Heine werden gearresteerd, uitgeleverd en zijn ten slotte omgekomen door ontbering.
Wim van Beek werd na zijn verzetsactie verraden en letterlijk door toedoen van burgemeester De Monyé de dood in gejaagd. Deze mensen zitten in het geheugen van Woudenbergers gegrift.
Burgemeester De Monyé heeft de Duitsers meer dan bereidwillig geholpen, onder andere door op het gemeentehuis blanco persoonsbewijzen te ontvreemden en aan de Duitsers te geven, zodat hooggeplaatste Duitse officieren zich ongehinderd konden verplaatsen met alle gevolgen voor onze bevolking van dien.
Na een aanslag van het verzet op het spoor in Woudenberg, ging burgemeester De Monyé samen met Bos en de SS op zoek naar vergelding. Burgemeester De Monyé was gehuld in een camouflagekleed en had een stalen helm met SS-embleem op.
Kennelijk zijn de daders verraden, want er was een gerichte rit naar de woning van de familie Hardeman. Buiten onze gemeente, in Overberg. Burgemeester De Monyé ging met getrokken pistool het huis van Hardeman binnen, fouilleerde de aanwezigen en sprak met de SS over neerschieten.
De gearresteerde mannen werden vervolgens weggevoerd naar de plaats van de opgeblazen spoorlijn. Aangekomen bij de krater moesten zij zich rondom het gat opstellen. Jan van den Brandhof probeert te ontvluchten en burgemeester De Monyé gaf Bos de opdracht tot schieten, waarop zij allen gewond raakten en Jan van den Brandhof werd vermoord. Onder hen ook Gradus Hardeman, nog geen 30 jaar oud.
Ik citeer uit zijn huiveringwekkende getuigenverklaring:
,,Ik voelde daarop dat ik gewond was. Ik was gevallen tussen Gerrit en Jan van de Brandhof in en hoorde tijdens het schieten dat Gerrit tot mij zei ‘Hou je stil joh’ waarop ik zei: ‘Leef je dan nog?’ Waarna hij antwoordde ‘Ik mankeer niets.’ Ik zei daarop tot Jan van den Brandhof dat hij zich stil moest houden, doch deze gaf geen antwoord en lag hardop te bidden en te smeken. Daarop kwam er een persoon, ik kon niet onderscheiden wie het was, naar Jan van den Brandhof toe en ik zag dat hij een pistool vlak bij het hoofd afschoot. Jan van den Brandhof gaf daarop nog een schreeuw en daarna was het stil. Vervolgens werd ik door dezelfde persoon door elkaar geschud en hoorde ik in goed Hollands zeggen: ‘Goed dood’. Hetzelfde gebeurde bij Gerrit van den Brandhof. Daarna weer een persoon die hetzelfde deed en weer in goed Hollands zei: ‘Goed dood’.”
Na de oorlog werd burgemeester De Monyé vervolgd. Hij werd veroordeeld tot negen jaar gevangenisstraf, met daarnaast vijftien jaar ontneming kiesrecht en het recht om ambten te bekleden. De rechtbank achtte hem verminderd ontoerekeningsvatbaar en hield er rekening mee dat hij kennelijk oprecht berouw toonde.
De rechtbank zei in het vonnis het volgende, en ik citeer:
,,Dat de misdrijven welke door verdachte zijn gepleegd van zeer ernstige aard zijn en er mede ten gevolge van verdachtes optreden meerdere personen om het leven zijn gekomen terwijl verdachte - indien hij dit gewild had - in zijn leidende functie veel leed en onheil voor zijn landgenoten en gemeentenaren had kunnen voorkomen.”
Als je burgemeester wordt, sta je op de schouders van je voorgangers. Een ambt waar je trots op mag zijn. Tegelijkertijd draag je ook de last van hun fouten. In dit dorp heeft één van mijn voorgangers keuzes gemaakt die bijzonder groot leed hebben veroorzaakt, zowel voor de samenleving als geheel als de inwoners in het bijzonder. Daarover voel ik diepe schaamte.
De ambtsketen die ik nu draag, heeft ooit ook om zijn schouders gehangen. Dat voelt ongemakkelijk. Maar het is ook een blijvende herinnering aan de verantwoordelijkheid die bij dit ambt hoort. Het is niet alleen een titel. Inwoners behoren beschermd te worden door hun burgemeester, juist als omstandigheden moeilijk worden.
De geschiedenis kunnen we niet uitwissen, we kunnen en mogen er niet voor wegkijken. Het laat juist zien hoe groot de gevolgen kunnen zijn wanneer macht wordt misbruikt of wanneer bestuurders hun verantwoordelijkheid niet nemen.
Daarom hoort bij herdenken ook eerlijk kijken naar de andere kant van het verleden, naar wat in dit geval Woudenbergers is aangedaan door hun eigen burgemeester.
Het laat ook zien dat iedereen een rol heeft in de samenleving. Hoe wij die rol invullen, bepalen wij zelf. Wat dragen wij bij? Zaaien wij hoop of haat? Gebruiken wij onze invloed om mensen tegenover elkaar te zetten of om hen te verbinden?
Dat vraagt verantwoordelijkheid van ons allemaal.
Het is aan ons om de geschiedenis door te geven, van generatie op generatie. Verhalen over angst, moed, trouw en vriendschap, maar ook over verraad en misbruik van macht. Alleen zo kunnen jongere generaties begrijpen hoe vrijheid werd bevochten en dat zij daar ook een taak in hebben om dat vast te houden.
Ik wil mijn waardering uitspreken voor iedereen die hier vandaag aanwezig is. Voor de nabestaanden die het verlies van hun dierbaren dragen en leden onder de burgemeester van weleer. Voor de veteranen die hun plicht hebben vervuld en herinneringen meedragen die zwaar wegen, ook voor hun thuisfront. En ook aan Johan de Kruijff dat wij samen deze zwarte Woudenbergse bladzijde hebben kunnen ontrafelen.
Mogen we vandaag niet alleen terugkijken, maar ook om ons heen kijken en zien wie er naast ons staan. In het zien van elkaar, het luisteren naar elkaar en het steunen van elkaar, ontstaat er een band. En dat houdt ons samen en geeft ons moed.
En door de andere kant van deze geschiedenis te belichten, houden we onszelf een spiegel voor. Want uiteindelijk vraagt elke tijd opnieuw om dezelfde keuze: kijken we weg of staan we op voor wat rechtvaardig is?
Laat dat de les zijn die we blijven doorgeven.
Dank u wel.
Magda Jansen, burgemeester van Woudenberg

