
‘Je moet een keer stoppen’
18 september 2023 om 08:59Hij heeft niks met varkens en kippen, maar des te meer met koeien. Geurt van Donselaar (72) begon op twaalfjarige leeftijd met melken. Hij rekende uit dat hij in zestig jaar tijd zo'n twee miljoen runderen molk. Geurt groeide op in Woudenberg, maar woont alweer een tijd in De Glind.
Life is better on a farm’ is te lezen op een bordje met een koeienhoofd aan de muur. Geurt en Marjan zitten graag in de glazen uitbouw voor hun woning. Ze zwaaien naar de buurman die langsloopt. In de wei lopen nog zo’n tien koeien. In de hoogtijdagen hadden ze zo'n zestig tot zeventig. Geurt kijkt met genoegen terug op zijn werkzame leven en de manier waarop het allemaal veranderde.
MENTALITEIT Geurts leven begon bij zijn ouders op een pachtboerderij en loonwerkersbedrijf aan de Broekerweg op landgoed ‘t Broek in Woudenberg. Jacobus en Geertruida werden in de volksmond Job en Trui genoemd. ,,Maar wij moesten netjes pa en ma zeggen hoor. Ik was de jongste van zeven en ook nog een achteraankomertje. Mijn zussen hebben allebei een boer getroffen, maar mijn broers konden niet wachten totdat mijn vader ermee stopte. Ze gingen iets anders doen. En ik kon later de boerderij van mijn vader overnemen.”
Al op jonge leeftijd mocht Geurt helpen op de boerderij, zoals rijden op de tractor. Zijn broers brachten hem veel bij. Toen hij twaalf was, molk hij de koeien al. Slechts twee jaar bezocht hij de mavo, want van huiswerk maken kwam niet veel. ,,Ik bleef op veertienjarige leeftijd zitten. Toen vond mijn vader het goed dat ik hem helemaal ging helpen. ‘Geurt komt niet meer terug’, zei mijn vader tegen de directeur van de school. We hebben er nooit meer iets van gehoord. Dat kon nog in die tijd.”
Job van Donselaar delegeerde graag werk en liet veel aan zijn zoons of knechten over. ,,Toen hij toch maar eens op de trekker stapte, reed hij meteen de hoek van het huis eraf. Ook het melken liet hij aan anderen over. Mijn vader dacht heel gemakkelijk. Ik heb best wat van die mentaliteit overgenomen. Toch was hij vooruitstrevend, want hij had als een van de eerste boeren in de buurt een tractor en een melkmachine.”
Van Donselaar senior had naast koeien ook nog varkens en kippen. Geurt weet nog dat hij als tiener met een jeep (sputnik) langs zeven kippenhokken mocht rijden om voer te brengen. ,,Dat was leuk. Ik heb dat jaren gedaan.”
ZIEK Toen Geurt amper twintig was, bouwde zijn vader een bungalow en droeg hij de boerderij over aan zijn jongste zoon. ,,Ik mocht alleen nog komen eten (lacht). Verder moest ik het zelf maar zien te redden. Ik kreeg in die tijd verkering en ben met haar getrouwd.”
Met zijn eerste vrouw kreeg Van Donselaar vier jongens: Sjaak (nu accountant), Ronald (nu loonwerker), Stefan (nu hoofd asbestsanering) en Erik (nu actief in de tentenbranche). Helaas werd hun moeder al jong ernstig ziek en overleed ze op 42-jarige leeftijd. ,,Ik ben altijd optimistisch gebleven. Zo heb ik me door een moeilijke tijd heen geslagen. Dat heb ik van mijn vader meegekregen.”
Geurt ging met zijn ouders mee naar de kerk, vooral op initiatief van zijn moeder, maar op termijn nam hij het geloof minder serieus. Ook het verlies van zijn vrouw op jonge leeftijd deed hem geen goed om erin te vertrouwen.
Vervolgens zat hij niet bij de pakken neer. Hij zocht een boerderij om zelf te kopen. ,,Ik vond het op ‘t Broek veel te stil en wilde van de pacht af.” Zijn oog viel op een agrarisch bedrijf aan de Postweg, net buiten De Glind, maar hier stond geen woning bij. Een half jaar later was er wel een vergunning om hier een huis bij te bouwen. Van Donselaar hapte en toe en vertrok in januari 2003 uit Woudenberg.
ÉÉN BUIK Marjan van Donselaar-van de Wetering woonde in Scherpenzeel. Ze had altijd al een oogje op Geurt. Eerst werd ze hulp in de huishouding, en van het een kwam het ander. Intussen zijn ze alweer twintig jaar samen. ,,Toen Geurt hier ging bouwen, kon ik nog net wat dingetjes mee bepalen, zoals de tegeltjes”, zegt Marjan. Zij had twee kleine kinderen uit haar eerste huwelijk. Daardoor kreeg Geurt opnieuw te maken met het opvoeden, want zijn eigen zoons waren intussen bijna volwassen.
Het agrarische bedrijf in De Glind was in het begin iets kleiner dan in Woudenberg. Geurt kocht er hier en daar nog wat grond bij. Er stonden toen vijftig tot zestig koeien in de stal. De boer verklaart dat hij zijn bezigheden altijd als hobby zag en dat hij nooit voor het geld werkte. ,,Ik heb het altijd met plezier gedaan. Als ik anderen hoor klagen over de melkprijzen, denk ik aan wat mijn vader altijd zei: ‘Ik wil wel klagen als dat geld opbrengt’. Want met klagen veranderen de prijzen toch niet. Hij bleef lachen. Mijn moeder had een meer pessimistische kijk op het leven. Dus waren mijn vader en ik twee handen op één buik, daar kwam niemand tussen.”
Geurt geniet van koeien melken en trekker rijden. Waar hem dat precies in zit, vindt hij lastig te omschrijven. ,,Waarom houdt Max Verstappen van de Formule 1? Dat weet hij ook niet precies.” Marjan wijst erop dat haar partner graag met de voeten in de klei staat en weinig tot niks heeft met digitale vernieuwing. Zo heeft Geurt geen mobiele telefoon. Mensen die hem nodig hebben, bellen naar de vaste huistelefoon of naar Marjan. ,,Als hij koeien melkt, ziet hij graag dat de glazen in de stal gevuld worden. Met de moderne methode zie je de melk zelf niet meer. Je kunt alleen nog aflezen hoeveel liter je hebt gemolken”, zegt Marjan. Melkrobots zijn aan Van Donselaar niet besteed, want hij ziet het oplossen van digitale problemen met computers niet zitten.
LOONWERKER De laatste jaren zou zelfs Geurt pessimistisch worden van alle nieuwe regels die de overheid aan een boer oplegt. ,,In 1971 werd ik boer en was ik zelf baas. Ik heb de mooiste tijd meegemaakt. Maar tegenwoordig heb je niks meer te vertellen. Je moet al die regels volgen, dat vind ik jammer. De administratie laat ik daarom graag over aan specialisten.” Over de huidige agrarische problemen en de politiek is hij duidelijk; hij vindt dat boeren de zwarte piet toegeschoven krijgen, terwijl andere sectoren (zoals Tata Steel en Schiphol) ook voor grote milieuproblemen zorgen.
De eerste jaren had Van Donselaar een melkmachine waarmee hij naar de koe toeging. Nadat de melk van een koe in een ketel was opgevangen, werd deze buiten in een bus van veertig liter geleegd. Een melkrijder bracht die naar de melkfabriek in Woudenberg. Later ging de melk rechtstreeks op het bedrijf in een melktank en die werd eens in de drie dagen opgehaald. ,,Toen molk ik drie tot vier koeien per keer, nu zijn dat er een stuk of zeven.”
Tractor rijden deed Geurt graag. Zijn eerste was een Ferguson met 35 pk. Daarna zwoer hij bij de Fendt. ,,Ik had alle machines moeten houden, want die zijn nu als oldtimer goud waard. De huidige trekker kocht ik in 2010, dat is een Fendt Vario 312.” Tegenwoordig is zijn voertuig eigenlijk minder hard nodig voor eigen gebruik. Daarom maait, schudt en harkt hij het gras nu voor de verkoop. In het verleden leek het hem mooi om loonwerker te worden, maar dit stressvolle bestaan bracht hem op andere gedachten. ,,Daarom nam ik het loonbedrijf van mijn broer Geert niet over, hoewel hij me dat nog heeft aangeboden. Later heb ik mijn eigen zoon nog wel geholpen om loonwerker in Woudenberg te worden.”
KALFJE De boer uit De Glind voelde zich altijd een beetje een buitenbeentje, omdat hij zijn koeien vaak wat later molk dan zijn collega’s. ,,Ik molk ’s ochtends pas om zeven uur en dat was dan ’s avonds na twaalf uur weer ongeveer rond die tijd.”
De laatste tijd heeft Van Donselaar wat meer moeite om ’s nachts te helpen als een koe moet bevallen van een kalfje. Omdat het ging om het runderras Belgisch Blauw ging dat soms ook wat moeizaam. Marjan hielp vaak. ,,Negen van de tien boeren schijnen niet meer om te kijken naar een bevalling in de nacht, maar ik kan dat niet over mijn hart verkrijgen. Het hoort erbij, je gaat een koe niet aan zijn lot overlaten.” Kalfjes blijven aan de Postweg nog (even) bij de moeder, iets wat ook lang niet altijd gebeurt in de agrarische sector. ,,Dan zijn ze veel blijer en groeien ze harder.” Mensen die het leuk vinden, kunnen twee hele makke koeien aan de Postweg komen knuffelen en aaien. ,,Ik denk dat je er zelfs op kunt zitten.” Tegenwoordig lopen er ook Black Angus-koeien in de wei.
Geurt heeft nooit iets met varkens of kippen gehad. ,,Koeien hebben verschillende karakters en een koe is niet dom. De meesten vinden na een dag in de wei hun plek in de stal zo terug, waar ze in de winter hebben gestaan. Terwijl die plekken toch allemaal op elkaar lijken. Ze hebben allemaal een ander temperament. De leider haal je er zo tussenuit; die had bij ons de bijnaam Stip.”
Bovendien vraagt het houden van koeien actie met de tractor op het land en dat is iets waar Van Donselaar aardigheid in heeft. Hij had er plezier in en geeft niks om vakanties. ,,Na een weekend Texel is hij blij dat hij weer naar huis kan”, licht Marjan toe.
GEEN MOBIEL Nu vindt Geurt het langzamerhand tijd om een keer te stoppen, ook omdat zijn koeien wat oud worden. Tegelijk heeft hij altijd weinig slaap nodig gehad. Ook nu is dat nog het geval. Het hoofd van haar partner is volgens Marjan nog steeds net een computer. ,,Daar slaat hij alles in op, want hij heeft zelfs geen agenda en mobiel.”
Ook zonder deze communicatiemiddelen weet Geurt zich goed te redden. Zo herinnert hij zich een voorval van een aantal jaar geleden. Hij reed met de tractor in Barneveld en ontdekte dat zijn voertuig olie verloor. Hij zette zijn Fendt aan de kant van de weg en belde aan bij een woning, met het verzoek om even de garage te bellen. ,,De bewoonster hoorde mijn naam en zei dat ze toevallig in een oude doos een geboortekaartje tegen was gekomen met mijn naam erop. Daarnaar was ik al 65 jaar op zoek. Vervolgens kwam ik er achter dat ik familie van haar was. Dus doordat ik geen mobiel heb, ben ik aan mijn geboortekaartje gekomen (schatert).”
Een andere keer was Geurt in De Kuip bij een voetbalwedstrijd van Feyenoord, terwijl zijn zoons in een Rotterdams café het voetbal volgden. Hij moest zelf maar uitzoeken hoe hij zijn jongens weer zou vinden. Na de wedstrijd vroeg hij een wildvreemde om zijn zoons te bellen en zo kwam het goed. ,,Ze waren helemaal verrast dat ze een telefoontje van me kregen.”
DE VOORUITGANG Eén koe in de stal van Geurt gaf in zijn leven bijna honderdduizend liter melk. In zijn werkzame leven molk hij in zestig jaar tijd twee miljoen koeien. De melk gaat naar Leerdam, waar er kaas van wordt gemaakt. In de beginjaren leverde Geurt aan De Vooruitgang, een fabriek in Woudenberg voor melkconsumptie.
Geurt en Marjan overleefden allebei een aanslag op hun gezondheid. Zes jaar geleden kreeg Geurt een hartaanval, maar dit liep goed af, dankzij de alertheid van Marjan om bij het ambulancepersoneel de ernst van de zaak te benadrukken. Op haar beurt kreeg ze een aanval in haar darmen door de Ziekte van Crohn, wat ze ook maar nipt overleefde. Nu lijkt de tijd gekomen dat ze mogen genieten van rustiger tijden. En als ze zich gaan vervelen, zijn er altijd nog alpaca’s, schapen, een trekpaard en een pony waarvoor ze kunnen zorgen.

