Gert van Dijk zeilde met De Swan de wereld rond.
Gert van Dijk zeilde met De Swan de wereld rond.

Epische, zeven maanden durende zeilreis voor Woudenberger Gert van Dijk

23 september 2023 om 07:19 Mensen Tips van de redactie

WOUDENBERG Wat voor Gert en Bep van Dijk ooit begon met een zeilcursus op de Loosdrechtse plassen, mondde in september 2022 uit in zeiltocht die eindigde in Hobart, de hoofdstad van de deelstaat Tasmanië in Australië. Het eerder geplande einddoel, Wellington in Nieuw-Zeeland, werd daarmee op een afstand van een kleine week zeilen niet gehaald. Dat maakte een zeereis van ruim zeven maanden er niet minder indrukwekkend en onvergetelijk door.

Door Hans Groot

Beppie en ik kochten ons eerste kajuitzeiljacht 45 jaar geleden. In de daaropvolgende jaren ruilden wij onze boot regelmatig in voor een grotere met meer mogelijkheden”, zo start Gert van Dijk zijn verhaal. ,,Maar grotere tochten dan ‘bij IJmuiden links af’ naar België, Frankrijk en via Zuid-Engeland weer terug of naar de Oostzee hebben wij niet gemaakt. Een of twee nachten doorzeilen vindt Beppie al verschrikkelijk. Het kwam bij ons dus nooit op om de wereld rond te zeilen. Wel heb ik er veel over gelezen en in de familie wordt er veel over gepraat omdat onze zoon Bert, een ervaren wedstrijd- en zeezeiler, over vier jaar met zijn gezin een wereldreis wil maken. Vind ik prachtig, maar het is nooit bij mij opgekomen om het zelf te doen.”

Co-schipper

,,Op een zondagmorgen in augustus ’22, wij waren net drie maanden naar de Oostzee geweest, lagen wij met de boot in Enkhuizen naast de man met wie ik vijftien jaar geleden zijn toenmalige boot naar Noorwegen heb gevaren. En ja, dan praat je elkaar bij over de jaren daarna. Hij (hierna: de schipper, -red) bleek al langer naar mij op zoek te zijn omdat hij het plan had opgevat om ‘op eigen kiel’ naar Wellington in Nieuw-Zeeland te varen om daar het graf van zijn broertje bezoeken. Zijn boot, een Swan van 48 ft, oftewel 14 meter, lang en bijna 15 ft breed is een heel goed en heel sterk schip en kan zo’n reis goed aan. Daar had ik alle vertrouwen in. En die schipper vaart al zijn hele leven, maar solo kun je zo’n reis niet maken. Daar heb je een goede bemanning voor nodig, zoals een ervaren co-schipper en enkele ‘opstappers’. Dat zijn mensen met ervaring op het water, het liefst ook op zee. Tot aan Brazilië had hij via vrienden en familie opstappers geregeld. En mij wilde hij graag als co-schipper hebben.”
De schipper bleek nogal stoute plannen te hebben. Een reis rond de wereld is tegenwoordig geen unicum meer: dat doen een paar honderd mensen per jaar. Wat vrijwel iedereen doet, is bij de Kaapverdische Eilanden de Noord Atlantische Oceaan oversteken, dan via het Panama Kanaal de reis vervolgen over de Grote Oceaan en via de Indische Oceaan ten noorden van Australië via Zuid-Afrika terug naar huis. Gert: ,,Maar dat is niet wat de schipper wilde. Zijn motto is ‘Ik doe niet wat iedereen doet’ en daarin herkende ik hem wel enigszins van onze gezamenlijke reis naar Noorwegen 15 jaar geleden.” De schipper legde Gert en Bep zijn plan voor. Hij wilde de reis maken op de manier zoals de Verenigde Oost-Indische Compagnie (VOC) dat in de 17de eeuw deed. Dus van Kaapverdië naar Brazilië, dan naar het zuiden en met behulp van de ‘westies” (westenwind, -red) naar Zuid-Afrika. Van daaruit wilde hij naar het zuiden door de Zuidelijke Oceaan en van daaruit via Tasmanië naar Nieuw-Zeeland. Een reis van tenminste zeven maanden. Bep reageerde verrast: ,,En Fidelio dan?” (Gert is voorzitter van harmoniegezelschap Fidelio, -red). Afgesproken werd dat Gert een paar dagen zou nadenken en de week erna zijn beslissing zou laten weten. Terug op de eigen boot werd druk familieberaad gehouden. Fidelio werd gebeld. De kinderen en Bep waren eensgezind: ,,Als je dit wilt, dan moet je het doen. Nu ben je nog fit. Dit is uniek! En waarom dan wachten tot volgende week?” Gert: ,,Met die steun in de rug ben ik teruggegaan naar de schipper. Mijn ‘Hier komt de bemanning; kan ik helpen?’ was voor hem als een geschenk uit de hemel. Drie weken later zouden wij vertrekken.”

Drie weken voorbereiding in Woudenberg voor een zeereis van zeven maanden oogt niet als heel royaal. Wat moest er door jou zelf gedaan worden?
,,De schipper had de reis al helemaal voorbereid, zoals de planning van de route, de inkoop van voedsel, medicijnen etc. Ik hoefde ‘alleen maar’ te zorgen voor mijn inentingen, mijn persoonlijke inkopen zoals andere kleding, zwemvesten e.d. Ook ben ik voor een medische check naar mijn huisarts gegaan en heb ik mijn gebit na laten kijken. Verder was ik klaar voor vertrek. 25 september 2022 was het eindelijk zover.”

Als eerste etappe stond Enkhuizen - A Coruña (Gallisch voor La Coruña; in volksmond gewoon Coruña, -red) gepland. Wat waren jullie eerste indrukken?
,,Wij vertrokken met vier man, waaronder twee ervaren zeilers als opstappers. Het plan voor de eerste etappe was om tot A Coruña in het uiterste noordwesten van Spanje te varen. Daar zouden de opstappers van boord gaan. Wij vertrokken met windkracht 6-7 recht tegen en dat was heel heftig en pittig want behalve de wind was het koud en nat. Als wachtsysteem hanteerden wij ‘vier uur op, vier uur af’, steeds in teams van twee man: een voor de navigatie en de schepen eromheen en de ander voor de ‘zeilerij’. En dat is nodig omdat de Noordzee en het Kanaal hartstikke druk met zeeschepen zijn. Ter hoogte van Rostof (Bretagne) zagen wij dat er een lagedrukgebied met windkracht 9 aan kwam stormen en zijn wij daar de haven ingevlucht. De volgende dag werd weer iets beter en konden wij verder. Op weg naar A Coruña moet je door de beruchte Golf van Biscaje. Dat beruchte komt doordat de Atlantische Oceaan 4 tot 5.000 meter diep is en de Golf van Biscaje ‘maar’ 800 meter. Bij westenwind (en die heb je daar vaak) met kracht 9 wordt het water vanuit de Atlantische Oceaan de Golf van Biscaje ingestuwd en dat veroorzaakt die hoge golven. Om een beeld te schetsen: een gemiddelde zeiler gaat er met windkracht 6 niet meer uit. Wij waren daar echt aan de beurt met heftig weer en zware golven. Onder zeilers gaat niet voor niets het gezegde ‘Als je de Golf van Biscaje hebt gehad, dan kun je de wereld aan’. In de Golf van Biscaje hebben wij ook de eerste walvis gespot. Een walvis spuit twee keer een fontein van 8 tot 10 meter hoog en dan komt de rug en die grote staart boven water. Heel indrukwekkend! Toen wij eenmaal in dieper water kwamen, werd het weer snel rustiger.”
,,Volgens plan bleven wij enkele dagen in A Coruña liggen, tijd die ook nodig was om reparaties uit te voeren, want op zo’n reis gaat er van alles kapot. Zo hadden wij een afgebroken dynamosteun en dan verricht je noodreparaties. In een haven maak je dan alles echt in orde. Volgens plan gingen de opstappers hier van boord en zou op de vijfde dag Wouter als opstapper vanuit Nederland overkomen. De schipper had Wouter één keer gesproken en daarbij de afspraak gemaakt dat hij tot de Canarische eilanden (La Palma) zou meevaren. Ik kende niemand van de bemanning. Wouter bleek een goeie vent die goed kan zeilen en dus waren wij met drie ervaren zeezeilers. Heel belangrijk, want het vinden van de juiste bemanning is van cruciaal belang en meestal een hele uitdaging. Welk risico neem je op zo’n moment? Je kent elkaar niet, je zit op een relatief beperkt aantal m2 en je bent voor jouw eigen veiligheid op elkaar aangewezen. Je moet dealen met de mensen die je hebt en dat weet iedereen die dat avontuur aangaat.”

Van A Coruña via de Canarische Eilanden naar de Kaapverdische Eilanden is 2.400 mijl (zeemijl = 1852 m, -red). Hoe vermaak je jezelf wanneer je dag in, dag uit alleen maar water om je heen ziet?
,,Ons eerstvolgende doel waren de Canarische Eilanden, een reis van ongeveer 1.200 mijl; een dag of acht varen. Op La Palma zou Wouter weer van boord gaan en zou Leon de volgende opstapper zijn. Op die reis hadden wij geen problemen, maar wel harde wind schuin achter en een wilde zee. Buiten zit je vast aan een lijn, dus dat is allemaal prima. Maar benedendeks is het lastiger. Je moet jezelf vasthouden bij alles wat je doet, zoals bij naar het toilet gaan, eten klaar maken, de boel schoonhouden et cetera.Van verveling is geen sprake. Vanaf A Coruña werd het weer snel beter en ging de korte broek aan. Een bijzondere ervaring hadden wij op de route naar La Palma. Daar zit je zo ver van de bewoonde wereld dat je mobieltje niet werkt. Maar toen wij langs Madeira voeren, begonnen onze mobieltjes plotseling te piepen omdat wij daar contact met de wal hadden en er dus wel verbinding mogelijk was. Op dat moment kwamen dus allerlei sms- en app-berichten binnen. Tijdens dit deel van de reis hadden wij heel mooie nachten en bijzondere ontmoetingen met dolfijnen. Die zwemmen in groepen van vijftien tot twintig aan weerszijden van de boot met je mee om vervolgens weer te verdwijnen. In La Palma moesten er weer reparatie verricht worden en liet Leon (die daar woont) ons een dag het eiland zien. Wij hebben daar over de lava gelopen die uit de ‘Cumbre Viega’ de vulkaan die in september 2021 was uitgebarsten, was gekomen. Die vulkaan staat nog steeds volop te roken; heel indrukwekkend.”
,,Vanaf La Palma zijn wij dus met ons drieën op weg gegaan naar de Kaapverdische Eilanden. Ook weer zo’n 1.200 mijl, en ook een reis van een week. Over het algemeen hadden wij mooi weer met soms een harde wind. Wat je daar veel ziet zijn dolfijnen en vliegende vissen. Die vissen ‘vliegen’ een halve meter boven de golven om te ontsnappen aan dolfijnen. Als je een school vliegende vissen ziet, dat weet je dat er dolfijnen in de buurt zijn. Die jagen ze op en dan opeens komt zo’n dolfijn boven uit het water en zo vangt hij die vliegende vissen. Bijzonder om te zien. ’s Morgens liggen er veel vissen op het dek. Dat komt omdat zij in het donker niets zien en dus vallen ze op het dek. Wat je na het opstaan daarom als eerste deed, was het weggooien van die vliegende vissen. Dat zijn momentopnames en verder kijk je alleen naar de zee, daar geniet je van want verder zie je niets. En ’s nachts de sterrenhemel, dat is prachtig om te zien; heel indrukwekkend. Het was een goed verlopen etappe naar Sal, één van de Kaap Verdische Eilanden. Hier kwam Tim, een ervaren schipper aan boord. Met hem zouden wij de oversteek naar Brazilië maken, een reis van bijna twee weken. Het zwaarste deel van de reis zou daarna nog komen.”  

Maar daarover meer in De Woudenberger van 3 oktober aanstaande. 

Gert van Dijk moest zich zo nu en dan stevig vastlijnen.
Overzichtskaart van de zeven maanden durende reis.