Rietje de Smit-de Witte (vrouw van Jan) in de Goliath zonder opbouw van IJsbrandt.
Rietje de Smit-de Witte (vrouw van Jan) in de Goliath zonder opbouw van IJsbrandt. Fotoarchief familie De Smit

‘Goliath, maar zo fors was hij niet’

Deel 24F door Ot Beigelsteijn


Tussen groenteboer IJsbrand de Smit en schilder Evert Kramer was door de nieuwe situatie zo’n smal steegje overgebleven en dat nog met een bocht ook, dat daar met de grootste moeite precies het Goliath driewielautootje doorheen kon waarmee IJsbrand in Woudenberg en omstreken zijn groenten en fruit uitventte maar ook mee naar de veiling ging. De cabine was gespoten in een groenachtige tint en toonde geen enkele gelijkenis met de kleur van welk fruit of groente dan ook.


De Goliath was een mini-bestelautootje, uitgebracht door één van de drie fabrieken van Borgward. Het was een goedkoop en speciaal voor de middenstand uitgebracht karretje met één wiel voor en twee wielen achter met een laadbak dat Blitzkarre werd genoemd. Hij werd vanaf 1926 tot 1961 in Bremen gemaakt. Tot aan het eind van de oorlog als zelfstandig bedrijf, daarna met een financiële injectie van Borgward.


 In de eerste jaren werd hij nog onder de merknaam Blitz door de firma Janssens & Zoon in Rotterdam als ‘IJzeren hond’ (een soort gemotoriseerde bakfiets) aangeprezen. Vanaf 1928 als Goliath.


Later ging Janssens zijn eigen merk maken onder de naam Janson, een product dat door Stokvis werd verkocht. Echter IJsbrand kiest voor het merk Goliath dat hem blijkbaar meer vertrouwen inboezemde. 


In de krappe cabine konden twee mensen figuurlijk gesproken dubbelgevouwen plaatsnemen. Met enig pas- en meetwerk gingen IJsbrand en Jan, wanneer zij samen op pad moesten en beiden waren de kleinsten niet, de strijd aan. De aandrijving en het sturen van dit vehikel verliep via het voorwiel. Rond de jaren ’50 werd door de fabrikant overgegaan op achterwielaandrijving. Het motortje was een 688 cc 2-cilynder tweetaktje dat een als riii-ieng, riii-ieng klinkend hoog toerental met veel gepeppep beëindigde als het gas werd losgelaten. Gemonteerd tussen de voorstoelen leverde het machientje in het begin van zijn productieperiode 12 paardenkrachten, dat later werd opgevoerd tot maar liefst 29 pk. Veel meer snelheid dan 45 km per uur kon je er niet mee maken.


Het autootje hoestte en pufte wanneer hij volbeladen met groente en fruit met twee volwassenen in de cockpit zijn weg zocht door Woudenbergs’ dreven. In de winter, als het streng vroor, was het oppassen geblazen. In de cabine kon het zelfs met een duffelse jas bitterkoud zijn want van verwarming was geen sprake. Bovendien was de handelswaar achter op de laadbak gevoelig voor extreme koude.

(vervolg in deel 24G)


Bronnen: M. de Smit, Archief Oud Woudenberg