Het antwoord op deze vraag is voor haar eenvoudig. ,,Voor mijn man en ons gezin betekende de niertransplantatie weer leven! Een groter cadeau kan een mens niet krijgen. Mijn man heeft 23 jaar geleefd met zijn nieuwe nier. Helaas is hij op 54-jarige leeftijd overleden. Maar ook nu nog blijft de dag van de transplantatie, 9 maart, voor ons gezin heel bijzonder. We staan er altijd bij stil en denken met grote dankbaarheid aan de persoon die toen een codicil had, waardoor er voor mijn man een nier beschikbaar kwam. Ik vergelijk het met een kind op de wereld zetten. Door de orgaandonatie geef je leven. Dat is vaak ook een troost voor de nabestaanden.”

Haar man werd op 26-jarige leeftijd ziek. Hij bleek te veel eiwit in zijn urine te hebben, waardoor zijn nieren steeds minder goed werkten. Dat was ook de reden dat hij na drie weken bij de marine opnieuw gekeurd moest worden en helaas zijn dienstplicht niet kon afmaken. De reden van zijn ziekte bleek waarschijnlijk een bacterie die door een keelontsteking op zijn nieren is geslagen.

[THUIS SPOELEN] Na zijn korte dienstplicht besloot haar man om verder te gaan studeren en vervolgens kreeg hij gelukkig een baan bij de bank. Het stel kwam uit Zeist en zij trouwden in 1967. Doordat het moeilijk was om aan een betaalbare woning te komen, woonden zij twee jaar in bij particulieren. ,,Ons grote geluk was dat wij in 1967 een nieuwbouwhuis konden kopen aan de Kennedylaan in Woudenberg, die wij in 1969 betrokken. In die tijd werkten de nieren van mijn man steeds slechter en nadat hij een acute niervergiftiging kreeg, kwam hij in aanmerking voor nierdialyse via een kunstnier. Ik was toen vijf maanden zwanger en kon daar door alle zorgen niet van genieten”, herinnert ze zich deze moeilijke periode. Zij vervolgt: ,,We kregen alle medewerking van de gemeente om ons huis hierop aan te kunnen passen en hadden gelukkig op de Kennedylaan ook de ruimte hiervoor. In september werd onze dochter geboren en in oktober zijn we thuis gaan spoelen.”

Nierdialyse stond nog in de kinderschoenen. Toen zij het apparaat voor de eerste keer zag, dacht ze dat ze bij de slager stond. ,,Ik dacht dat het net zoiets was als een pacemaker, maar het nam een hele kamer in beslag. We besloten om ’s nachts thuis te gaan dialyseren, omdat mijn man heel erg graag wilde blijven werken en drie keer per week overdag naar het ziekenhuis maakte dat moeilijk. Hij dialyseerde op maandag, woensdag en vrijdag. Doordat hij de ochtenden bij moest komen, hoefde hij maar twee ochtenden per week te missen van zijn werk.”

[CONTROLE] Iedere maand kwam de Stichting Thuisdialyse om te controleren of het goed ging. Dat ging het, maar er ging ook wel eens wat mis. ,,Op een nacht zag ik het licht branden in zijn kamer en gingen er allerlei bellen af. Het bloed spoot uit zijn been, gelukkig had ik de helderheid van geest om klemmen op de ader te zetten.” Ook was het voor haar man heel vermoeiend en kostte het veel tijd om iedere keer alles aan te sluiten en naderhand te desinfecteren. De impact op hun jonge gezin met inmiddels twee kinderen was groot.

Na allerlei onderzoeken en op een wachtlijst te hebben gestaan, werd haar man na bijna vijf jaar dialyseren gebeld dat er een nier voor hem beschikbaar was. ,,Ook het uitvoeren van een niertransplantatie stond in die tijd nog in de kinderschoenen en was zeer risicovol. Mijn man werd op 8 maart gebeld dat er een nier beschikbaar was en ging naar het academisch ziekenhuis in Utrecht, maar doordat er een andere transplantatie was, vond een dag later op 9 maart de transplantatie pas plaats.”

[VERDRIET EN BLIJDSCHAP] In die tijd waren er alleen maar transplantaties met nieren van overleden mensen. ,,Op 8 maart werd bekend dat Wim Sonneveld overleden was. Ik dacht toen meteen: misschien krijgt mijn man wel zijn nier. In die tijd was de donor echter anoniem. Per ongeluk kwamen wij er toch achter dat mijn man zijn nier heeft ontvangen van een Hongaarse violiste. Wij mochten geen contact zoeken met haar familie”, vertelt ze.

Pas toen mevrouw Van den Berg in de auto zat om na de operatie bij haar man op bezoek te gaan, kreeg zij het te kwaad. ,,Ik reed via Zeist en moest stoppen voor een begrafenisstoet. Toen besefte ik dat er een donor was doodgegaan. Dat het verdriet van andere mensen leidde tot onze blijdschap.”

De operatie ging goed, maar na een week dreigde de nier toch afgestoten te worden. Dat gebeurde gelukkig niet. Een nieuwe periode brak voor het gezin aan. ,,Na de onzekere periode van het eerste half jaar was het de hemel op aarde. Mijn man kreeg zijn vrijheid terug. Hij was minder moe, kon weer zwemmen, weer een biertje drinken en we konden ook op vakantie.”

[TE ZIEK] Na dertien jaar kreeg haar man weer klachten. ,,Het langdurige medicijngebruik zorgde voor vervroegde ouderdomsverschijnselen en leidde tot diverse ziekenhuisopnamen. Ik schrok me rot toen hij na 23 jaar belde vanuit het ziekenhuis dat ze zijn nier eruit moesten halen. In tegenstelling tot patiënten met een nieuw hart, kunnen nierpatiënten dan weer gaan dialyseren. Toen het ziekenhuis aangaf dat een nieuwe niertransplantatie ook een mogelijkheid was, sloeg hij dat af. Hij was te ziek, zijn lichaam was op en hij vond het beter dat een ander hopelijk langer plezier zou kunnen hebben van die nier.”

Op zijn rouwkaart wilde hij de volgende zin: ,,In dankbaarheid gedenken wij de onbekende die door diens dood 23 jaar geleden LEVEN betekende.” Mevrouw Van den Berg vertelt dat haar man blij was dat ze nog wel hun 25-jarige huwelijk gevierd hebben en dat hij nooit had gedacht dat hij nog zolang zou leven. Zelf sluit ze zich hierbij aan: ,,We hebben veel gehuild, maar ook veel gelachen. Mijn man had enorm veel humor.”

Donordonatie vindt zij dan ook heel belangrijk. ,,Van mij mogen ze alles hebben. Ik vind dat je mensen niet kan verplichten, maar als ze zelf niet willen geven, vind ik dat ze ook niets mogen ontvangen.”